dinsdag 3 maart 2015

Pleidooi voor Marokkanen

Ongeveer een maand geleden stond ik te wachten in Brussel Centraal, tot de vriend waarop ik wachtte – ik noem geen namen, maar het is een medeschrijver van deze blog – had besloten zich te overslapen. Plotsklaps had ik vijf vrije uren in de vijfhoek. Ik kreeg het idee om naar het Beursplein te gaan en via de Anspachlaan af te zakken naar het zuiden. Zo’n boulevard aflopen heeft één zekerheid: je gaat gewoon rechtdoor. Wat ik niet had voorspeld, is dat ik er de ervaring zou opdoen, die me aanzette tot dit pleidooi.


Naar het zuiden

Gaandeweg op de Anspachlaan viel me op dat het publiek en de winkels geleidelijk aan wijzigden: van blank naar bruin, van pralines naar granaatappels en van pintjes naar muntthee, of beter, nog steeds naar pintjes, maar dan in de blikjes van twee werkloze handen. Plotseling valt mijn oog op een winkel met islamitische gelovige teksten - of kookboeken, Arabisch is niet mijn best taal –  en denk ik: zalig, ik ben in het Zuiden!

Lichtjes opgewonden door het vreemdsoortige vakantiegevoel botste ik op een nog vreemdsoortiger gebouw: het Zuidpaleis. Wat een plomb en verloren gelopen gebouw! Ik verdacht meteen Poelaert, maar het groene bordje dat ik aantrof leerde me dat het om een misplaats stedenbouwkundig grapje van een andere negentiende-eeuwse architect ging. Halverwege het gebouw ontdekte ik een grimmige passage en waagde het erop: eronderdoor!  Het voelde als Alice die de tunnel door moest, niet wetende waar ze zou uit komen.


Ongemakkelijk in de tunnel

Aan het uiteinde, maar nog steeds in de tunnel bevond zich een café met terras. In mijn ogen een wat ongezellige plaats voor een koffie of muntthee, maar het cliënteel, dat op het eerste zicht volledig uit Marokkanen bestond, leek zich van het halfduister weinig aan te trekken. En nu kom ik op het punt waarover ik wil schrijven: ik toen ik het café voorbijliep plots ongemakkelijk. Hoewel één of twee mannen de moeite deden van het tv-scherm op te kijken, verroerde de rest de spreekwoordelijke vin niet.

Waarom voelde ik mij dan zo ongemakkelijk in die tunnel? Deels kan ik mij verbergen achter wat ik leerde uit de lessen sociologie: tunnels hebben de neiging mensen bang te maken.  Maar de echte rede kwam tot mij dankzij een ontzettend helder opiniestuk van Gie Goris van MO*. Hij schreef dit naar aanleiding van het ‘naakt’ en ‘zonder duiding of commentaar’ overnemen van een ‘oorlogscommentaar’ van Jyllands-Posten door deStandaard (een aanrader!).


Marokkaan A ≠ Marokkaan B

Het opiniestuk van Goris maakt mij duidelijk dat er meer aan de hand is dan tunnelangst. Ik heb het voorbije jaar heel wat lezingen gegeven over de brandende actualiteit in de brede islamitische wereld, en telkens valt het op hoe beslist de vragenstellers zijn. Hét probleem is de islam. Of het zijn de migranten, of vreemdelingen zoals ze toch nog vaak genoemd worden. En de verschillen binnen of tussen groepen verdwijnen na een minuut of vijf.’Als een links persoon zoals ikzelf al moeite heeft met een Brussels steegje omwille van enkele tv-kijkende Marokanen, dan lijkt Gie gelijk te hebben: we zijn met zijn allen aan het veralgemenen.

Ik heb daarom voor mezelf een gouden stelregel geformuleerd: Marokkaan A ≠ Marokkaan B. Dat is stating the obvious, maar juist dat lijkt vandaag meer dan nodig. De Marokkaan die daar op het terras zit, dat is gewoon een Brusselaar, een huisvader, een vrome moslim. Dat blijven denken is essentieel. We kunnen wel doen alsof we niet bang zijn, maar jezelf hou je niet zo snel voor de gek. Daarom moeten we onszelf nu meer dan ooit herinneren aan een waarheid die de geschiedenis ons heeft geleerd: veralgemening is niet alleen dom, het leidt tot foute dingen. Bovendien, kloot je er vooral jezelf mee, want je maakt alleen jezelf kwetsbaarder.

Vandaar dat ik ook de uitspraak van Abdelkarim El-Fassi uit De Wereld Draait Door wil aanhalen en steunen: ‘Waar volgens mij de oplossing in schuilt is dat u mij in de eerste plaats ziet als een Nederlands staatsburger.’ De ‘u’ slaat op Adriaan Van Dis die vroeg of het juist niet goed zou zijn als de moslimgemeenschap zichzelf eens kritisch zou analyseren, naar aanleiding van recente gebeurtenissen. Wie weet slaat de 'u' ook op u.

-> het volledige boeiende gesprek tussen Abdelkarim en Adriaan


Ja, maar…

Van Dis heeft een punt. Hoe hard ik hier ook wil pleiten voor het niet-over-één-kam-scheren van een volledige groep mensen die duidelijk zeer verdeeld en gediversifieerd is, moet ik erkennen onthutst te zijn door de velen 'ja, maar-reacties' uit moslim-hoek kort na de aanslag op Charlie Hebdo. ‘Ik keur de aanslag volledig af, maar ik vond wel dat de tekeningen van Charlie Hebdo zeer onrespectvol zijn.’ Die ene ‘maar’ is de adder. Niet alleen ondermijnt hij de ongetwijfeld gemeende afkeuring, hij vreet ook aan één van de belangrijkste waarde van onze samenleving: de vrije meningsuiting.

Wat Charlie deed was onrespectvol, en toch moet het kunnen. Dat heet incasseringsvermogen. Het vormt mee de basis van onze samenleving. Al wie hier woont, kan het maar beter hebben. Het is volgens mij aan dat incasseringsvermogen, dat op zijn minst de moslims in westerse landen dienen te sleutelen.

Natuurlijk houdt ook het recht van vrije meningsuiting in dat elke moslim moet kunnen vertellen hoe hij of zij gekwetst werd door de cartoons. Maar gebeurt beter niet in dezelfde zin waarin de aanslagen worden veroordeeld. Dat lijkt de aanslagen alsnog te legitimeren of geeft op zijn minst een vertekend beeld. Ik moet toegeven: dat ontstemde mij wel.

Maar wat de ‘maar’ voor mij vooral illustreert, is dat er fundamentele ongerijmdheden zitten tussen de mensenrechten en de islam. Daar moet niet onnozel over gedaan worden. En die ongerijmdheden zijn niet alleen lastig voor ons, volgens mij zijn ze nog lastiger voor moslims. Hoe verenig je een cultuur die in niets gelooft, met één waarin een absolute god bestaat?


Neem het niet!

Op die laatste vraag heb ik niet meteen een antwoord klaar. Wat ik wel weet is dat ik gehoor zal geven zal aan de oproep van Hessel en het niet zal nemen als familie en vrienden zich laten verleiden tot veralgemeningen. En dat ik vaker een uitje door Brussel Zuid ga maken.


Voor lach en traan.


Daan