dinsdag 3 maart 2015

Pleidooi voor Marokkanen

Ongeveer een maand geleden stond ik te wachten in Brussel Centraal, tot de vriend waarop ik wachtte – ik noem geen namen, maar het is een medeschrijver van deze blog – had besloten zich te overslapen. Plotsklaps had ik vijf vrije uren in de vijfhoek. Ik kreeg het idee om naar het Beursplein te gaan en via de Anspachlaan af te zakken naar het zuiden. Zo’n boulevard aflopen heeft één zekerheid: je gaat gewoon rechtdoor. Wat ik niet had voorspeld, is dat ik er de ervaring zou opdoen, die me aanzette tot dit pleidooi.


Naar het zuiden

Gaandeweg op de Anspachlaan viel me op dat het publiek en de winkels geleidelijk aan wijzigden: van blank naar bruin, van pralines naar granaatappels en van pintjes naar muntthee, of beter, nog steeds naar pintjes, maar dan in de blikjes van twee werkloze handen. Plotseling valt mijn oog op een winkel met islamitische gelovige teksten - of kookboeken, Arabisch is niet mijn best taal –  en denk ik: zalig, ik ben in het Zuiden!

Lichtjes opgewonden door het vreemdsoortige vakantiegevoel botste ik op een nog vreemdsoortiger gebouw: het Zuidpaleis. Wat een plomb en verloren gelopen gebouw! Ik verdacht meteen Poelaert, maar het groene bordje dat ik aantrof leerde me dat het om een misplaats stedenbouwkundig grapje van een andere negentiende-eeuwse architect ging. Halverwege het gebouw ontdekte ik een grimmige passage en waagde het erop: eronderdoor!  Het voelde als Alice die de tunnel door moest, niet wetende waar ze zou uit komen.


Ongemakkelijk in de tunnel

Aan het uiteinde, maar nog steeds in de tunnel bevond zich een café met terras. In mijn ogen een wat ongezellige plaats voor een koffie of muntthee, maar het cliënteel, dat op het eerste zicht volledig uit Marokkanen bestond, leek zich van het halfduister weinig aan te trekken. En nu kom ik op het punt waarover ik wil schrijven: ik toen ik het café voorbijliep plots ongemakkelijk. Hoewel één of twee mannen de moeite deden van het tv-scherm op te kijken, verroerde de rest de spreekwoordelijke vin niet.

Waarom voelde ik mij dan zo ongemakkelijk in die tunnel? Deels kan ik mij verbergen achter wat ik leerde uit de lessen sociologie: tunnels hebben de neiging mensen bang te maken.  Maar de echte rede kwam tot mij dankzij een ontzettend helder opiniestuk van Gie Goris van MO*. Hij schreef dit naar aanleiding van het ‘naakt’ en ‘zonder duiding of commentaar’ overnemen van een ‘oorlogscommentaar’ van Jyllands-Posten door deStandaard (een aanrader!).


Marokkaan A ≠ Marokkaan B

Het opiniestuk van Goris maakt mij duidelijk dat er meer aan de hand is dan tunnelangst. Ik heb het voorbije jaar heel wat lezingen gegeven over de brandende actualiteit in de brede islamitische wereld, en telkens valt het op hoe beslist de vragenstellers zijn. Hét probleem is de islam. Of het zijn de migranten, of vreemdelingen zoals ze toch nog vaak genoemd worden. En de verschillen binnen of tussen groepen verdwijnen na een minuut of vijf.’Als een links persoon zoals ikzelf al moeite heeft met een Brussels steegje omwille van enkele tv-kijkende Marokanen, dan lijkt Gie gelijk te hebben: we zijn met zijn allen aan het veralgemenen.

Ik heb daarom voor mezelf een gouden stelregel geformuleerd: Marokkaan A ≠ Marokkaan B. Dat is stating the obvious, maar juist dat lijkt vandaag meer dan nodig. De Marokkaan die daar op het terras zit, dat is gewoon een Brusselaar, een huisvader, een vrome moslim. Dat blijven denken is essentieel. We kunnen wel doen alsof we niet bang zijn, maar jezelf hou je niet zo snel voor de gek. Daarom moeten we onszelf nu meer dan ooit herinneren aan een waarheid die de geschiedenis ons heeft geleerd: veralgemening is niet alleen dom, het leidt tot foute dingen. Bovendien, kloot je er vooral jezelf mee, want je maakt alleen jezelf kwetsbaarder.

Vandaar dat ik ook de uitspraak van Abdelkarim El-Fassi uit De Wereld Draait Door wil aanhalen en steunen: ‘Waar volgens mij de oplossing in schuilt is dat u mij in de eerste plaats ziet als een Nederlands staatsburger.’ De ‘u’ slaat op Adriaan Van Dis die vroeg of het juist niet goed zou zijn als de moslimgemeenschap zichzelf eens kritisch zou analyseren, naar aanleiding van recente gebeurtenissen. Wie weet slaat de 'u' ook op u.

-> het volledige boeiende gesprek tussen Abdelkarim en Adriaan


Ja, maar…

Van Dis heeft een punt. Hoe hard ik hier ook wil pleiten voor het niet-over-één-kam-scheren van een volledige groep mensen die duidelijk zeer verdeeld en gediversifieerd is, moet ik erkennen onthutst te zijn door de velen 'ja, maar-reacties' uit moslim-hoek kort na de aanslag op Charlie Hebdo. ‘Ik keur de aanslag volledig af, maar ik vond wel dat de tekeningen van Charlie Hebdo zeer onrespectvol zijn.’ Die ene ‘maar’ is de adder. Niet alleen ondermijnt hij de ongetwijfeld gemeende afkeuring, hij vreet ook aan één van de belangrijkste waarde van onze samenleving: de vrije meningsuiting.

Wat Charlie deed was onrespectvol, en toch moet het kunnen. Dat heet incasseringsvermogen. Het vormt mee de basis van onze samenleving. Al wie hier woont, kan het maar beter hebben. Het is volgens mij aan dat incasseringsvermogen, dat op zijn minst de moslims in westerse landen dienen te sleutelen.

Natuurlijk houdt ook het recht van vrije meningsuiting in dat elke moslim moet kunnen vertellen hoe hij of zij gekwetst werd door de cartoons. Maar gebeurt beter niet in dezelfde zin waarin de aanslagen worden veroordeeld. Dat lijkt de aanslagen alsnog te legitimeren of geeft op zijn minst een vertekend beeld. Ik moet toegeven: dat ontstemde mij wel.

Maar wat de ‘maar’ voor mij vooral illustreert, is dat er fundamentele ongerijmdheden zitten tussen de mensenrechten en de islam. Daar moet niet onnozel over gedaan worden. En die ongerijmdheden zijn niet alleen lastig voor ons, volgens mij zijn ze nog lastiger voor moslims. Hoe verenig je een cultuur die in niets gelooft, met één waarin een absolute god bestaat?


Neem het niet!

Op die laatste vraag heb ik niet meteen een antwoord klaar. Wat ik wel weet is dat ik gehoor zal geven zal aan de oproep van Hessel en het niet zal nemen als familie en vrienden zich laten verleiden tot veralgemeningen. En dat ik vaker een uitje door Brussel Zuid ga maken.


Voor lach en traan.


Daan

woensdag 11 juni 2014

Waarom containerparken fantastisch zijn.

Ik blijf het een straf idee vinden. Zelf nu het inmiddels twee jaar geleden is dat ik er voor het eerst van hoorde: containerparken als katalysator voor sociale cohesie in de samenleving. Wat een vondst!


Tijdsgebrek
 
Ik vind het schrikbarend hoe we in onze samenleving steeds minder om elkaar geven. Noem het een gebrek aan interesse of 'tijdsgebrek', wat het ook is, feit is dat onze sociale omgang afneemt. Voor een kort praatje met de buurvrouw hebben we simpelweg geen tijd. En wat kan het ons überhaupt schelen wat die vrouw de godganse dag uitvreet.

Moeten we hier iets aan doen? 

Godvermiljaardeju. Natuurlijk. Hoeveel percent van onze samenleving moet vervallen in depressies, burn-outs en chronische vermoeidheid vooraleer we beseffen dat er iets fout zit? Dat we iets missen. We hebben nood aan begrip en affectie. We hebben vragen bij honderd-én-één dingen en we willen af en toe ook eens gewoon goe lachen. Maar onze samenleving heeft geen instituut die deze belangen verdedigt. Ons politiek beleid denkt enkel aan economische groei en tewerkstelling, maar niet aan, vergeef me de hoogdravendheid, menselijke groei en ontplooiing.



Het religieus verlies

Ik loop er al een tijdje mee rond. Dit instituut was er wel! We hebben het alleen langzaam afgebroken. Het wegvallen van religie heeft een gigantisch gat achtergelaten in de samenleving. Eén waarvan ik nu pas van inzie hoe groot het is. Het aspect dat ik het meeste mis is de 'ontmoetingsfunctie' die ze bezat. De oudjes blijven elkaar nog ontmoeten op zondagochtend. Maar wat met jongeren en jongvolwassenen? Die zoeken en masse de sociale drukte op van koffiebars en theehuizen, zwembaden of bibliotheken. De Panos en de Delifrance, dat zijn de parochiezalen van vandaag.

Het is niet mijn idee. Ik heb het van Willem-Jan Neutelings - wat ben ik toch schatplichtig aan die man -. De tijd dat de kerk het centrum vormde van het sociale leven is voorbij. Kerken zijn niet langer de ontmoetingsplekken van weleer. De cinéma’s en musea zijn daarom des te meer belangrijker voor de samenleving als plekken voor sociaal contact . Dit verklaart ineens de spectaculaire en omvangrijke schaal van gebouwen als het MAS, het nieuwe gerechtsgebouw of het concertgebouw van Brugge. Nu we ‘zonder kerken zitten’, zijn deze gebouwen en vooral hun foyer’s en ‘grand café’s’ de ontmoetingsplekken geworden.



Een nieuw alternatief

Mogelijkheden om de weggevallen kerkelijke cohesie terug te brengen zijn dungezaaid en gaan dikwijls gepaard met kopen of consummeren. Daarom dienen we te zoeken naar gratis alternatieven die de sociale cohesie terug kunnen vesterken. Containerparken vormen hier een mooi voorbeeld van. De naam zegt het zelf, het zijn parken, publieke ruimten, die zowel nuttig als sociaal kunnen zijn. ‘Meneer, kunt u mij helpen met die graszakken uit te kappen?’ ‘Tuurlijk madam, ge hebt ne grote gazon precies?’

Daarom kwam Bovenbouw ook met het concept van de ‘containerpleinen’, deze benadrukken nog meer de ‘ontmoetingskansen’ die deze plek heeft. Ze ontwierpen te Berchem een haast huiselijk aanvoelend containerplein, geïnspireerd door de ad-hok bouwstijl van Belgische tuinkoten en schuren. Naar het containerpark gaan wordt zo een beleving. En het stad heeft er zo een gratis voor iedereen* toegankelijke ontmoetingsplek bij. 




Poëzie op de muur van het conatinerpark: sensibilisering en cultuur maken van deze ruimte een echte 'plek'.  
(bron: http://www.catapult.be/index.php/nl/projects/view/266 )


*conatinerparken in Anwterpen zijn voor alle particulieren gratis toegankelijk. Voor meer informatie over containerparken, openingsuren en sluitingsdagen: http://www.antwerpen.be/eCache/ABE/1/796.Y29udGV4dD04MDMzODc1.html

donderdag 16 januari 2014

Because I Believe


I wrote this wee poem last week. I was staying at a hotel in the Polish town of Kraków and couldn't fall asleep because I was bubbling over with creative energy...and coffee. So here they are: raw thoughts in a raw moment. Two days after writing this, I found myself at Auschwitz-Birkenau concentration camp, pondering the very same things I wrote about.




Because I couldn't comprehend the capital T Truth of who you are Because I couldn't see a greater plan written in the stars Because I couldn't follow a holy ghost, a spirit & a son all in one Because I couldn't substitute my disbelief with eyes-closed faith Because I just wanted to justify my life choices Because I needed less black and white and a little more grey Because I no longer knew why I ought to pray Because love became real and it felt like religion Because I failed one too many times Because fear trapped me in a corner Because change became my constant
I believe in grey matter, in Truth discovered chasing dreams, in nights spent ambling aimlessly, in seeking meaning and adventure where once there was only emptiness and routine. Because I believe in humanity.

maandag 2 september 2013

Between Two Worlds



Having grown up as a Christian in both Sweden and Texas, I think it is safe to say that I have experienced two extremes: Sweden is one of the most secular countries in the world, while Texas is one of the most religious states in America (Gallup, 2008). Maybe it's because of these two extremes that I find myself in the middle on a lot of religious questions and matters, sandwiched between secularism and the Bible Belt. Or maybe it's because I'm a middle child. Whatever the case is, I would describe myself as a politial and religious moderate who's able to see both sides of an issue. The tricky thing about religion is that it often forces you to choose a side and it's usually at the risk of excluding someone or something else in the process. History bears witness to the fact that-too often-religion has been about the exclusion of an "other" rather than the inclusion that is usually taught by the very religious prophets and/or God(s) in who's name the exclusion is being done (f.e.x, Jesus). In my experience, I find that this is something a lot of those I have spoken with agree on when it comes to religion: it is dangerous & it often breeds more bad than good. For me, this is an upsetting reality to be faced with because--from my own experiences--I have seen a tremendous amount of positive things come out of religion. The problem is that the negative things are usually more salient and newsworthy  than the positive. 

I talk to a lot of people I meet about religion and beliefs because I think it's a great way to get right to the heart of how they view the world. 

For example, just yesterday while I was at the laundromat I began talking to an Indian guy there named Prem. Unprompted, he launched into an animated explanation about his past in India and about his brother who works as a doctor treating the poor for virtually no charge. He told me that part of why he doesn't like Hinduism is because instead of helping "God's creatures" they ask for money for their temples and buildings. He said that one time when his father was ill, their village priest was supposed to come to their home to perform some rituals and prayers. The priest was ill so he sent his son. The son came and performed the rituals and when Prem's family invited the son to eat dinner with them, he refused on the grounds that Prem's mother had made the rice. This was because she was from a lower caste. The sad thing is that he had already accepted candies and other gifts, all made by Prem's mother. I was stunned & saddened to hear this story because it further underlined the exclusionary nature of religion I had been hearing about from other people. I was familiar with the horrendous stories of the Westboro Baptist Church who picket people's funerals and other events yelling and condemning them to hell. But Prem's story showed me that religious exclusion can take many forms and it doesn't have to be outright hatred like what's perpetuated by the WBC: it can be as subtle as rejecting a meal offered in sincere gratitude. This story and others like it are why my views on religion and ideas about God have changed a lot in the past few years.

My parents met in bible school in Scotland and they both did missionary work in Europe, so I grew up going to church and learning about God at an early age. But it wasn't until middle school that I really made a conscious decision to follow a certain religion. This conscious decision took the form of raising my hand up during worship time at my church youth group and silently declaring by that act that I was now a "believer." I felt a lot of emotions that night and I think the strongest feeling was that of relief. It was as though a huge weight had lifted off of my shoulders and I could breathe easier. Thinking back to that night, I don't know if what I experienced was genuine or if it was simply the result of an overly emotional atmosphere.  I like to think it was the former. Later, as I began my studies at the very liberal University of Texas at Austin, the feelings of relief and peace I felt when I thought about God somewhere turned into confusion and anger--confusion about the "big questions" (i.e., why do we suffer?) and the fact that there were never any satisfactory answers; anger because the search for those answers felt impossible and meaningless. One of my favorite songs by musician David Bazan describes this feeling very accurately. He writes in 'Curse Your Branches': "digging up the root of my confusion, if no one planted it how does it grow/why are some hell-bent upon there being an answer while some are quite content to answer  'I don't know'?" (see the full song here: http://www.youtube.com/watch?v=_-Sv7PL0HCk). Like Bazan, I thought: why is it that I am struggling to justify my belief in God when other people are at peace not believing in anything? Why do we allow things like religion to separate us from each other?

Since leaving Texas and arriving in Belgium, I have made a discovery: we are all human--we share in the collective experience of humanity. Ok, duh! What's the point? The point is this: we choose to what extent we partake in that experience. It's so easy to seclude ourselves and to retract from the world behind a computer screen. But the opposite is true too: it has never before been so easy to connect with people. For example, if I hadn't taken off my headphones and asked Emile a question when I met him on the train 4 months ago, I wouldn't be writing this blog post right now. I made a decision in that moment to get out of my own little world and to participate in the real world. To me, that is what God is. God is all of the moments we take to acknowledge our collective humanity, to connect with other people, and to share in this experience of life together. That is where we find the true key to "religion"--we find it in each other. We find it by bridging cultural and societal gaps when we talk to complete strangers in a laundromat. The point of this rather disjointed article is simply to say this: We can make religion relevant again; we can make it positive and good instead of something negative and exclusionary. Life is our religion. Let's reclaim it. 

References:
http://www.gallup.com/poll/114022/State-States-Importance-Religion.aspx
Pictures: 
own production

woensdag 28 augustus 2013

No longer illegal.



For the abolition of the status of ‘illegal’. 
For the introduction of the word ‘newcomer'.
  
Thursdaynight. DeZomerfabriek, Antwerp. Together with a friend I stroll around on this former industrial site, which was charmingly decorated by some crazy design collective I spotted even lampshades made out of lettuce – when suddenly I caught sight of a sticker, not much bigger then a teabag, with the words: nobody is illegal.
As a follower of alter-globalism i agreed with it immediately. So I took the sticker off and attached it to my chest pocket, like some sort of medal. But when i came home, i knew i should have another look at it. I wondered: What does it actually mean, to be illegal?
 
Let's go for a philosophical approach. To be is actually rather passive. It was my biology teacher who made me realize that. 'Enzymes' as he began ‘do nothing. They just 'are'. They just float around. All they have to do is be present." So ‘to be’ is innocent. It means existing. Doing nothing. How can you, according to some, yet be illegal?

Because you just happen to be always somewhere. And most, even almost all, somewheres belong to some one. How is that even possible?? Hah, to that question good old Rousseau has the answer! According to this French philosopher there just was this human that came across a piece of land, and he happened to be the first having the idea to put a fence around it and call it his. You see, property is not based on much.

But one can't ignore the present. Laws remain laws, we can’t go around them. But what we can do, is decide how we interprete them. If u think one should be able to live in the country of one's choice, then u should not speak of a ‘illegal’ but of a ‘newcomer’.

- Why 'newcomer'? Well, does this sound familiar. Just two weeks after the start of school a new kid joins the class. The teacher will always say something like ‘Okay guys, Tom here is new. I trust everyone tries to make him feel home and that we help him find his way around in our school.’ That’s, to the believe of this blogger, how we should deal with migration.
  
U want to choose which school you go to, right? Then why shouldn’t U be able to choose in which country you want to live. The freedom of choosing in which country one wants to live is fundamental. And if it isn’t a human right already, it should be made one. What I plea for is nothing more than a world wide Schengen-area.

woensdag 21 augustus 2013

1-2-3 Piano




Why is news often so cynical and dark? Luckily, those in persuit of hapiness can always find a bright spot. Just a few seconds ago a beautiful initiative caught my attention in today’s newspaper. I think it was the simplicity of the name that did dit.
1-2-3 Piano. It’s the name of a child game, in which one person has to stand against a wall with his back to the others and has to say ‘1-2-3 Piano’ in a slow way, since the others can run towards him as long as he’s turned away and try to tick him. You’re hardly a Beligian if you don’t know the game. But here it turned out to be something much more interesting!

Seven pianos were put in the streets and public buildings of Gent, that beautiful city in Belgium which you were just about to visit. ‘Play me, I’m yours’ is the concept, bringing people together trough live-music the target.  I’ve heard that one is standing under the new city-hall and one is strategicaly placed in the library. The positions of the other five you’ll have to find out. Get lucky! And let me know  how you played that pianist ;) ! (You have till the 28th of spetember.) 

picture: www.cobra.be

zondag 18 augustus 2013

Schizofrenie vs. Geestverruimendheid




Onlangs zat ik op Sfinks, een wereldmuziek festival, te kijken hoe een groep Koreaanse  theater-acrobaten een Belgisch publiek en mezelf vermaakte. Om even alle twijfels van de baan te vegen, ik ben zelf ook een volwaardige Belg, Vlaming, Vlaams-Brabandenaar, Tervurenaar en wat wil je nog meer.

Ik heb echter ook Koreaanse overgrootouders. Dus tijdens de show, die met zijn mix van slapstick, zelfspot en acrobatische kunstjes heel het publiek mee had, was mijn eerste gedachte: Deze Koreanen zijn best grappig. Ik ben trots dat mijn ‘roots’ ook in deze cultuur liggen. Ik nam het mezelf voor om meer te weten te komen over deze Koreaanse ‘roots’.

Toen sprong er opeens een engeltje op mijn schouder (die verdacht veel leek op de oprichter van deze blog) die vroeg: Was het wel de moeite waard om helemaal op te gaan in een gemeenschap waar je drie generaties van verwijderd bent? Moeten mensen altijd die drang hebben om zich te definieren als iets anders? Zijn mensen niet gewoon mensen, en moeten we niet focusen op de gelijkenissen, en de verschillen stilaan beginnen vergeten?

Na lang overpeinzen van dit probleem, dacht de schrijver het antwoord gevonden te hebben. Mensen die geboren zijn met twee verschillende achtergronden, hebben een KEUZE.

- Ofwel zeg je: wij zijn anders, wij Koreanen hebben iets speciaals dat onmogelijk gevolgd kan worden door jullie, Vlamingen/Belgen/Europeanen. Wij zijn hetzelfde als andere Koreanen maar anders dan jullie.

- Ofwel kunnen we het opvatten als een kans, een rijkdom, een inzicht. Omdat mijn ouders elkaar leuk genoeg vonden, ondanks hun culturele verschilletjes, om kinderen te maken, heb ik de unieke mogelijkheid om in die twee culturen te kijken alsof ze alletwee die van mij zijn. Ik ben meer gemotiveerd om mijn inzicht in de Koreaanse cultuur te verrijken omdat ik Koreaanse voorouders heb.

Al de eigenaardigheden en unieke kantjes aan al de verschillende soorten mensen in de wereld zijn nog thuis te brengen voor iedereen die zichzelf ook een Homo sapiens sapiens noemt, en dat zie je net beter als je de kans hebt om twee soorten mensen van dichtbij mee te maken. Door twee verschillende dingen te zijn besef je dat die twee identiteiten eigenlijk niet zo ver uit elkaar liggen. De verschillen zijn er niet om geschuwd te worden, mits je altijd, altijd, altijd in je achterhoofd houdt wat dat schouder-engeltje  vertelde: Mensen zijn gewoon mensen. Ze lachen, leven, lijden, vrijen, boeren, scheten vaak op heel andere manieren of in andere maten, maar uiteindelijk doen ze het wel allemaal.

Allemaal goed en wel, zult u denken, die utopische ideeen. Maar hoe worden ze toegepast?
Laten we ze even testen.

Gisteren had ik een kort gesprek met een indiaas-uitziend meisje, die bleek in Antwerpen te zijn opgegroeid na haar adoptie. We zullen haar Y noemen, om de anonimiteit te bewaren. Ik vroeg Y waar ze vandaan was, en ze antwoordde: “Antwerpen.”
Ik wilde meer weten. “Woon je al heel je leven daar of...?”
Ze wist al direct waar ik het over had. “Ja, ik woon al heel mijn leven daar, ik ben geadopteerd en oorspronkelijk kwam ik dus uit Gujarat, in India”. Dit op een heel lichtelijk vermoeide, waarom-wil-iedereen-dit-altijd-weten toon.

Ik dacht, oei, misschien is Y het beu om altijd gedefinieerd te worden als Indisch terwijl ze eigenlijk zo Vlaams was als maar kon zijn. Ze sprak niet eens Hindi of een andere Indische taal en was nog nooit terug in haar geboorteland geweest.

Da’s een voorbeeld. Kijk nu dit filmpje voor het andere voorbeeld: http://www.upworthy.com/a-perfect-answer-to-a-super-duper-annoying-question-2

Beide dames uit onze voorbeelden beschrijven een uitstekend punt: Het suckt apenballen om steeds gezien te worden als iets dat je eigenlijk niet, of maar voor een deeltje bent.

Om even hun mogelijke gedachten in de pen te nemen: Ik snap het, ik ben op het eerste gezicht anders. Maar ik kan met jou interageren net zoals elke andere ‘normale’ Belg of ‘blanke Amerikaan’ dat kan. Ik begrijp jouw wereld waarschijnlijk beter dan jij die van mij begrijpt! Weer iemand die denkt dat minoriteiten niet in staat zijn om zich perfect in te werken in zijn samenleving. Dikke, dikke zucht.

Hmm. Lijkt mij dat mensen vaak niet hun anders-heid willen omhelzen en er gewoon bij willen horen. “Ik ben Amerikaans, van San Diego. Niet Koreaans.”

Misschien niet. Maar ik ken genoeg Amerikanen van Koreaanse afkomst om te weten dat zij vaak hun afkomst heel levend houden, door middel van literatuur, traditionele feesten en eten, en het leren van de Koreaanse taal. Mijn eigen oma is een van de meest Amerikaanse dames die je ooit zult tegenkomen, maar tegelijk zou ze niemand het ooit laten vergeten dat zij ook Koreaans van afkomst is.

Het is altijd makkelijker om niet van binnen verdeeld te zijn. Gaaf, monolithisch, eendrachtig...dit zijn allemaal woorden waar een zekere kracht van uitgaat. “A house divided against itself cannot stand”, aldus President Abraham Lincoln.

Toch geloof ik dat personen, net al maatschappijen, kracht kunnen halen uit hun diversiteit, omdat het echt, van dichtbij en persoonlijk beleven van twee verschillende soorten mensen, die verschillen doet vervagen. De wereld wordt iets breder. Let op, dit werkt volgens mij alleen écht als je die twee soorten mensen, die twee delen van jezelf, als evenwaardig behandelt, wat niet altijd makkelijk is.

Hierbij een oproep aan alle mensen die gemengde afkomst hebben, die in een voor hun vreemd land wonen, die op Erasmus of Ph. D exchange gaan, die op vakantie in het buitenland gaan, of die in multi- of ‘anders’-culturele buurt wonen:  Beleef die verschillende culturen zo persoonlijk mogelijk, verdiep jezelf erin, maar zet in geen maar dan ook GEEN ENKEL geval de ene cultuur boven de andere! Jullie hebben een unieke kans om de wereld beter te begrijpen. Don’t fuck it up – it’s harder than you think.

Om af te sluiten, hier is wat mijn broer antwoordde toen iemand hem zei dat wij voor 50% Amerikaans en 50% Belgisch waren: “Wij zijn 100% Belgisch, en tegelijk ook 100% Amerikaans!”